Hondenrassen

Duitse dog (Deense dog)

duitse dog

De Duitse dog of Deense dog is van origine een grote, statige jachthond. Vanaf de 17e eeuw heeft Duitsland dit ras zeer intensief ontwikkeld. Deze enorme dog kreeg vooral naam door staatsman Otto von Bismarck, die hen zelfs tot nationaal ras van Duitsland verhief.

Tegenwoordig zien we de Duitse dog vooral als huishond. Een taak, die deze Grote, Vriendelijke Reus met verve vervult. Ze zijn lief en voorzichtig met andere huisdieren en kinderen, maar ietwat achterdochtig en waaks naar vreemden.

Helaas kent het ras veel gezondheidsproblemen en moet men erg opletten voor de gewrichten bij activiteit. Een Duitse dog heeft dus een baas nodig die van wanten weet qua gezondheidsmanagement.

Ben jij zo iemand? Lees hier alles over de Duitse dog.

Achtergrond van de Duitse dog

De Duitse dog, ook wel Deense dog genoemd, is tot stand gekomen door toegewijde, Duitse fokkerij. Maar mogelijk gaat dit type hond al vele duizenden jaren mee. Zo’n 4000 jaar geleden kende men in het Assyrische rijk (oud-Aziatisch) al grote, statige jacht- en vechthonden met een korte vacht.

Dit zijn mogelijk de voorouders van de Duitse dog. Hiernaast heeft het ras misschien ook banden met de Tibetaanse dog.

Rond de 4e eeuw na Christus kwam deze oerdog naar Europa, in het kielzog van de Kelten. Dit volk bewoonde toen een groot deel van West-Europa, waaronder Engeland, Ierland en Duitsland. Maar hun ontdekkingsdrang bracht hen helemaal naar Azië, waar ze in contact kwamen met de grote doggen.

Aan het begin van de 17e eeuw is men echter intensief aan de slag gegaan in de fokkerij van dit ras. De moderne Duitse dog is mogelijk ontstaan uit de oude bullebijters en een kruising van Engelse Mastiffs en windhonden. Vooral Duitsland pakte de fok van dit type honden zeer zelfstandig op.

Deze “Duitse dog” werd een echte liefhebberij voor de adel, die het ras gebruikten voor de jacht everzwijnen, herten en zelfs beren. Als bescherming hierbij werden de oren van de hond vaak gecoupeerd.

In de 19e eeuw kreeg de fokkerij nog een impuls, door de liefhebberij van de staatsman Otto von Bismarck. Deze invloedrijke Duitser werd zelden zonder zijn doggen gezien. Hij doopte het ras zelfs tot nationale hond van Duitsland, waardoor ze erg populair werden.

Ondertussen is de Europese populariteit wat bekoeld. In Nederland zien we de Duitse dog vooral hier en daar als huis- en gezinshond. Door zijn enorme maat, is het echter wel een liefhebbershond en zien we ze niet op grote schaal.

Uiterlijke kenmerken

De Duitse dog is een elegante, krachtige verschijning. Hun voorkomen is vol uitdrukking en wordt door de rasstandaard wel de “Apollo onder de hondenrassen” genoemd.

De kop is langgerekt, smal en markant, met duidelijke wenkbrauwbogen en een rechthoekige, rechte voorsnuit. De ogen zijn middelgroot en donker van kleur. De oren zijn lang,  hoog aangezet en worden hangend gedragen.

De hals is lang, rechtop en zeer licht gebogen. Deze loopt uit in een korte, rechte rug en brede, diepe borst met ver doorlopende ribben. De staart is hoog en breed aangezet en loopt tot aan het spronggewricht naar beneden.

De vacht is zeer kort en dicht, glad en glanzend. Kleuren komen voor in de variëteiten geel, gestroomd, zwart, blauw en zwart-wit gevlekt. Gele en gestroomde doggen hebben bij voorkeur een zwart masker in het gezicht.

De Duitse dog is een erg grote hond. Reuen zijn tussen de 80 en 90 centimeter aan de schoft en wegen rond de 75 en 90 kilo. Teven zijn iets kleiner, met 72 tot 84 cm en 50 tot 70 kilo.

De Duitse dog wordt zo’n 8 tot 10 jaar oud.

Karaktereigenschappen van de Duitse dog

Onder de moderne hondenrassen is de Duitse Dog echt de Grote, Vriendelijke Reus. Hij is vriendelijk en verdraagzaam, vooral naar alles wat eigen is.

Hierdoor is hij goed met andere huisdieren en kinderen. Ze hebben een hoge graad van natuurlijke voorzichtigheid, al is dit bij jonge honden iets minder aanwezig. Laat echter kinderen nooit met een hond alleen, een ongeluk zit in een klein hoekje.

Naar vreemden is de Duitse dog wat achterdochtig en waakzaam. Agressief gedrag is echter zeer ongewenst bij dit ras en zal niet voorkomen na een goede opvoeding.

De Duitse dog is erg stabiel en kalm, ondanks zijn achtergrond als actieve jachthond. Hij vindt het heerlijk om onderdeel uit te maken van het gezin. Ze zijn daarom erg aanhankelijk en willen graag overal bij betrokken zijn.

Verzorging en gezondheid

De korte, gladde vacht van de Duitse dog heeft weinig verzorging nodig. Kijk echter altijd de oren, ogen en tenen na op vastzittend vuil en broeiend vocht.

Helaas heeft dit ras heel wat aandachtspunten in de gezondheid.

Zo’n 40% van de Duitse doggen krijgt te maken met een maagtorsie (maagkanteling). Hierbij draait de maag een rondje om in de borstkas. Zo wordt deze afgesloten en hopen zich gassen op.

Dit kan in zeer korte tijd dodelijk zijn. Daarom wordt geadviseerd de eerste twee uur na het eten rustig aan te doen.

Hiernaast wordt HOD (hypertrofische osteodystrofie) en Pano (panosteitis) gezien, twee pijnlijke botaandoeningen. Deze worden veroorzaakt door een te snelle groei, waardoor het dier kreupel gaat lopen. Pano is ongevaarlijk, maar HOD kan in ernstige gevallen dodelijk aflopen.

Ook het Wobbler syndroom komt voor, ook wel cervicale vertebrale instabiliteit (CVI) genoemd. Dit wordt veroorzaakt door een afwijkende wervelkolom, waardoor het dier zwakte en slechte coördinatie van de loopbeweging heeft. Deze aandoening is erg pijnlijk voor de hond.

We zien ook de Von Willebrandsziekte bij dit ras. Dit is een probleem in de bloedstolling, waardoor hevige bloedingen of slechte wondgenezing ontstaat. Dit kan zeer ernstige gevolgen hebben.

Door de maat van dit ras zien we vaak gewrichtsproblemen voorkomen, zoals heupdysplasie. Dit is een erfelijk belaste aandoening, waarbij de onderdelen in het gewricht niet goed op elkaar aansluiten. Daardoor kan er in rap tempo slijtage plaatsvinden, wat veel pijn veroorzaakt.

Ook kanker en hart- en vaatziekten worden geregeld bij dit ras waargenomen.

Opvoeding

Door zijn maat en kracht is het belangrijk dat de Duitse dog een consequente, liefdevolle en complete opvoeding krijgt. Wat betreft kracht, ga je het namelijk nooit van deze hond winnen.

Hierbij spreken we niet alleen over perioden van verzet of het uitproberen van de baas, maar ook tijdens spel of nieuwe, spannende situaties!

Daarom moet de socialisatie zorgvuldig doorlopen worden en dienen er duidelijke regels te zijn. De Duitse dog werkt graag samen met zijn baasje, gebruik dit in je voordeel tijdens de training.

Ook is het belangrijk om de hond genoeg zelfvertrouwen mee te geven. Wanneer zo’n enorme hond angstig of onzeker is, kunnen er vervelende ongelukken gebeuren. Neem de tijd om een band op te bouwen met je dier en onderneem veel samen.

Geef hem voldoende tijd voor het leerproces en deze reus zal je verbazen.

Duitse dog en beweging

Door zijn achtergrond als jachthond blijft je Duitse dog alleen gezond als hij lekker veel beweging krijgt. Maar pas op met activiteit op jonge leeftijd. Door zijn snelle groei en gevoelige gewrichten, heeft je pup zo een blessure voor het leven te pakken.

Bouw beweging daarom rustig op en zorg ervoor dat je hond niet te maken krijgt met (veel) traplopen, gladde vloeren, harde stops en scherpe bochten.

Op volwassen leeftijd is lekker rennen naast de fiets, zwemmen en mee hardlopen geweldig voor deze reuzen. Lange stukken galopperen houden ze prima uit en het strekken van die lange stelten vinden ze heerlijk.