Hondengedrag Hondentraining

Angst bij honden: Kalmeer een bange hond

angst bij honden

Angst bij honden kan tot grote problemen leiden. Niet alleen voelt je viervoeter zich onveilig, er kunnen ook nare ongelukken gebeuren. Net als mensen laten onze honden zich sterk sturen door deze emotie.

De verschillende angsten die onze hond kent, zijn voor het menselijk oog niet altijd te begrijpen. Waar komen deze gevoelens uit voort?

En wat kunnen we als eigenaar doen, om een angstige hond te kalmeren?

Lees hier alles over de angsten van je hond.

Hond heeft angst

Angst bij honden is een diepgaande, instinctieve emotie. Ook wij mensen ervaren angst als een zeer invloedrijke factor op ons gedrag.

Maar de mens heeft de mogelijkheid tot relativeren.

Onze hond kent dit in niet in dezelfde strekking. Zij hebben de (al dan niet onderbewuste) afspraak met zichzelf om op een bepaalde prikkel met verhoogde alertheid te reageren. Of leren gaandeweg, meestal door training, steeds minder op de prikkel te reageren.

Bij angst zien we twee verschillende vormen. Angst vanuit onzekerheid en gerichte angst.

Lees ook: Waarom een hond trilt? De mogelijke oorzaken

Onzekerheid

Sommige honden hebben vanuit hun vroege leventje geen stabiele basis meegekregen. Hierdoor hebben ze niet geleerd wat normaal of veilig is. Ook zijn de regels van de wereld om hen heen onbekend.

Deze constante verwarring en alertheid leidt tot chronische onzekerheid. In het basisgedrag zijn deze honden dus bang aangelegd. Eerst wegrennen, dan nadenken.

Gerichte angst

Hiernaast hebben we gerichte angsten. Deze zijn, hoe vroeg in het leven ook, terug te leiden naar specifieke associaties.

Vaak gaat het tot stand komen van deze angst gepaard met een trauma. Een trauma leggen we hierbij het beste uit als een negatieve ervaring. Dit is in zowel lichamelijke als geestelijke vorm mogelijk.

Hierdoor zijn deze honden bang voor iets heel specifieks. Een bekende angst is vuurwerkangst. Maar denk ook aan de angst voor mannen, auto’s of misschien het geluid van de stofzuiger.

De socialisatie periode bij de hond

De belangrijkste periode waarin de hond leert wat normaal en veilig is, heet de socialisatieperiode. Dit wordt ook wel inprentingsfase genoemd en speelt zich af tussen de 4e en 12e levensweek.

Heeft de hond iets naars meegemaakt in deze periode? Dan is het mogelijk dat hij hier een specifieke, levenslange angst voor ontwikkeld.

Hiernaast kan de pup eventueel angstig gedrag van de moeder kopiëren.

Ook wanneer de socialisatie niet compleet is kan dit langdurige problematiek opleveren. Dit betekent, dat de hond aan verschillende personen, situaties of objecten niet is blootgesteld tijdens het socialisatieprogramma.

Angsten of onzekerheden vanuit de socialisatie zitten diep geworteld. Deze kunnen wel opgelost worden, maar alleen met veel geduld en deskundigheid.

Daarom zijn positieve ervaringen het belangrijkste bij het voorkomen van angst. Wanneer deze vaak herhaald worden, legt de hond een positieve, zekere basis.

Lees ook: Verlatingsangst bij honden

Angst agressie bij honden

Wanneer een hond angstig is, kan hij kiezen uit drie verschillende reacties op deze emotie. Vechten, vluchten of bevriezen.

Vaak zie je bij aangelijnde honden dat ze erg gaan blaffen en grommen (vechten) tegen datgene wat ze angstig maakt. Dit heeft te maken, met het feit dat de lijn hen de andere twee opties ontneemt.

Hetzelfde effect heeft men in een afgesloten kamer of gang.

Maar dat de hond blaft aan de lijn, is niet puur agressief gedrag. Het wordt namelijk gedreven door de angst. De hond heeft het gevoel dat hij niet anders kan, dan zich te verdedigen.

Angst agressie

Angst agressie ontstaat wanneer de hond het gevoel heeft dat vluchten of bevriezen heen optie meer is. Hetgeen waarvoor hij bang is, moet dus bevochten of weggejaagd worden!

Corrigeer daarom nooit je hond met iets pijnlijks of heftigs wanneer hij uitvalt. Dit kan een ruk aan de lijn zijn, maar ook een schop, harde stem of klap. Haal je hond weg uit de situatie en begin met gericht trainen.

Wanneer de hond de ‘enge’ stimulus met straf zal associëren, wordt de angst alleen maar erger. En de agressie! Want hij vindt het niet alleen eng, hij krijgt ook nog eens op zijn donder.

Bange hond kalmeren

Bij het kalmeren van een angstige hond gelden drie regels: afleiden, angst negeren en niet troosten.

Afleiden

Ten eerste moet je van de fixatie op de enge prikkel af. Door ernaar te staren wordt de spanning alleen maar erger.

Verwijder je zo mogelijk van de prikkel of houd afstand.

Vraag de aandacht van je hond en beloon gelijk de kleinste aanzet hiertoe al. Breid dit uit naar een (al goed beheerste) oefening of een leuk spel.

Kijk eens hondje, hoe goed jij dat kan?

Blijf belonen en straf niet wanneer de hond zich toch weer op de angstprikkel richt. Emotie is nu eenmaal niet rationeel, en daardoor slecht te controleren. Ook voor je hond.

Angst negeren

Wanneer de angst genegeerd wordt, zal deze niet door het baasje in stand gehouden of versterkt worden. Helaas hebben veel mensen deze regel omgebogen, tot het negeren van de angstige hond.

Dit is echter niet hetzelfde!

Wanneer een angstige hond zich in de steek gelaten voelt, kan de drang tot vechten of vluchten onhoudbaar worden. Hij heeft immers geen houvast.

Door echter de angst zelf te negeren en je gezamenlijk op iets anders te focussen, zal deze emotie steeds meer naar de achtergrond treden.

Niet troosten

Hetzelfde geldt voor troostgedrag vanuit de eigenaar.

Vindt je hond de trein eng? En ga jij de hond in deze situatie altijd knuffelen en troostend toespreken? Dan zal de hond hieruit concluderen dat de trein wel degelijk eng is.

En dat, wil je juist niet bereiken.

De trein is misschien spannend, tot zover begrijp je natuurlijk de reactie van je hond. Maar het is niet de bedoeling dat de trein een onbenaderbaar object wordt.

Dit betekent echter wederom niet, dat de hond zelf genegeerd dient te worden.

Stel jezelf daarom kalm en ontspannen op. Richt je samen op iets anders, terwijl de trein nadert.

Je hond zijn angst afleren

Om angst bij honden af te kunnen leren, dien je eerst de oorzaak van het gedrag te achterhalen.

Dit kan ook iets medisch zijn, overleg de angst dus altijd eerst met een dierenarts.

Wanneer de oorzaak onbekend blijft en men wel gaat trainen, kan de situatie uit de hand lopen. Het vertrouwen kan kwijtraken, met angst agressie of learned helplessness als gevolg.

Raadpleeg in dit geval altijd een gedragsdeskundige.

Learned helpnessless

Learned helplessness betekent ‘aangeleerde hulpeloosheid’. Het is een gedragstactiek die de hond inzet, wanneer hij zich simpelweg geen raad meer weet met zijn angsten.

We zien dit vaak ontstaan bij het gebruik van flooding, een gedragstherapie waarbij de hond compleet wordt blootgesteld aan datgene wat hij eng vindt. Men zorgt er hierbij voor dat de hond zo langdurig en heftig mogelijk met zijn angst in aanraking komt, net zolang tot de angst wegebt.

Wij mensen kunnen echter op een bepaald moment gaan relativeren. Zie je wel: er gebeurt eigenlijk niks.

Maar een hond is hiertoe niet in staat. Wat je meestal ziet, is dat het dier simpelweg ‘doorbrandt’ en niet meer in staat is te reageren.

Hierbij wordt het vertrouwen onherroepelijk beschadigd en zal het dier geheel in zichzelf gekeerd raken. Wat nog meer risico met zich mee brengt dan angst agressie.

Want hoe kun je iets trainen, wat je niet ziet?

Dit hoeft echter niet te zeggen dat de angst niet meer bestaat..

Het belang van desensitisatie bij angst

Daarom is het belangrijk te luisteren naar je hond. Neem zijn angstsignalen serieus en verwijder hem van de angstprikkel.

Vervolgens kun je aan de slag met de training.

Wij raden iedereen aan de hond op zijn eigen tempo aan de enge stimulus te laten wennen. Het kost nogal wat moeite, maar juist voor hem!

Daarom kan de training het beste gericht zijn op stap voor stap minder heftige reacties te bereiken. We noemen dit desensitisatie. Hierbij leert de hond steeds minder heftig te reageren op de enge prikkel.

En dus minder sensitief te zijn.

De basisregels van de training zijn als volgt:

  1. Blijf ver uit de buurt van de angstprikkel, zodat je hond hier nog niet op reageert. Ga oefenen op basis gehoorzaamheid als je hond dit al goed beheerst (voorbeeld: zit). Anders kun je gaan spelen met een favoriet speeltje of bal.
  2. Zorg altijd voor een zeer aantrekkelijke beloning!
  3. Beweeg steeds meer naar de enge prikkel toe. Doe dit met ministapjes tegelijk en beweeg zowel voor- als achterwaarts. De hond zal op een gegeven moment de prikkel opmerken en reageren.
  4. Ga door met afleiden en beloon goed gedrag. Negeer ‘verkeerd’ gedrag en moedig de hond aan zich op jou te richten.
  5. Oefen in korte sessies, liefst minder dan 5 minuten en sluit met positief resultaat.
  6. Oefen een aantal keer per dag met een aantal uur ertussen.
  7. Bestaat er risico dat er mensen of dieren gewond kunnen raken, of twijfel je? Schakel dan de hulp in van een gedragsdeskundige.