Hondenrassen

Grote Zwitserse Sennenhond

grote zwitserse sennenhond

De Grote Zwitserse Sennenhond is de grootste van de vier Sennenhondenrassen. Met zijn gladde vacht en krachtige bouw werd hij geroemd als erfbewaker en trekdier. Daarom is de Grote Zwitser moedig en onverschrokken, maar tegelijkertijd zachtaardig en trouw.

Ze zijn dan ook graag en veel bij hun gezin, wat hen ook zeer ten goede komt in de opvoeding. Hoe meer je met deze reus optrekt, hoe meer hij van je aanneemt. Hij is pienter en leergierig en scoort dan ook goed op gehoorzaamheidscursussen.

Meer weten van dit intrigerende ras? Lees hier alles over de Grote Zwitserse Sennenhond.

Lees ook:

Achtergrond

De Grote Zwitserse Sennenhond komt van origine uit Zwitserland. Dit is de grootste van de vier Sennenhondenrassen. Er zou bloed van de Molossers door zijn aderen stromen: oorlogs- en vechthonden vanuit de Oudheid.

Maar de Grote Zwitser stond in de 18e en 19e eeuw vooral bekend als veedrijver of Metzgerhund (slagershond). Hiernaast werden ze gebruikt waakhond en trekdier, waarbij ze bijvoorbeeld karren met melkbussen trokken.

Vanaf 1908 werd dit type Sennenhond als eigen ras gefokt, nadat keurmeester en kynoloog Albert Heim (1849-1937) ze op een tentoonstelling in Langenthal zag. Hij gaf het kortharige type een eigen naam en startte een raszuiver fokprogramma op.

Sinds 1954 is het ras ook te vinden in Nederland. In 2018 bestaat de populatie hier uit zo’n 450 individuen.

Uiterlijke kenmerken

Volgens de rasstandaard is de Grote Zwitserse Sennenhond een grote, robuuste hond. Hij is harmonisch gebouwd en verrassend beweeglijk.

De kop is vlak en breed met een lange, niet spitse snuit. De ogen zijn amandelvorming met een hazelnoot- tot kastanjebruine kleur. De oren zijn hoog aangezet, driehoekvormig en worden hangend gedragen.

De hals is middellang en loopt uit in een brede borst en vaste, rechte rug. De achterhand is breed, waarbij het kruis vloeiend overloopt in de staartaanzet. De staart is lang en wordt in rust hangend tot het spronggewricht gedragen.

Tijdens actie wordt deze zwevend op rughoogte of iets daarboven gehouden.

De vacht heeft een dichte, donkergrijs tot zwart gekleurde onderwol. De dekharen zijn middellang, dicht en hard. De kleur is typisch zwart, wit en roodbruin.

Het roodbruine komt voor op de wangen, boven de ogen, aan de benen, onder de staart en op de borst. Witte aftekeningen komen voor op de hals en borst, voeten, staartpunt, snuit of eventueel als nekvlek.

Reuen zijn zo’n 65 tot 72 centimeter hoog aan de schoft en wegen gemiddeld 65 kilo. Teven zijn iets kleiner, met 60 tot 68 centimeter en 55 kilo. De Grote Zwitserse Sennenhond wordt zo’n 10 tot 11 jaar oud.

Karakter

Deze enorme waakhond staat bekend om zijn twee gezichten. Hij is opgeruimd en zachtaardig, maar tegelijkertijd een perfecte waker. Hij is moedig en onbevreesd, zonder agressief te zijn.

Bij ongewenste visite zal de Zwitser aanslaan en met zijn lage, doordringende stemgeluid menig indringer op een afstand houden.

Als huishond zijn ze kalm en evenwichtig, waardoor ze goed met andere huisdieren en kinderen zijn. Naar hun eigen mensen goedmoedig en aanhankelijk, naar vreemden zelfverzekerd en opmerkzaam.

Ze kennen dan ook een onwrikbare trouw aan ‘hun’ familie en zullen zich altijd beschermend opstellen. De Grote Zwitser wordt dan ook graag veel in het gezinsleven betrokken.

Verzorging en gezondheid

De gladde, stevige vacht heeft over het algemeen weinig verzorging nodig. Eenmaal per week lekker doorborstelen met een rubberen borstel en afnemen met een zeemleren lap of microvezeldoek is voldoende.

Helaas kent het ras wel wat gezondheidsproblemen. Door hun grootte hebben ze bijvoorbeeld verhoogde kans op een maagkanteling (maagtorsie). Hierbij draait de maag een rondje om in de borstkas. Zo wordt deze afgesloten en hopen zich gassen op.

Dit kan in zeer korte tijd dodelijk zijn. Daarom wordt geadviseerd de eerste twee uur na het eten rustig aan te doen.

Ook heup- en elleboogdysplasie komt regelmatig voor. Dit is een erfelijk belaste aandoening, waarbij de onderdelen in het gewricht niet goed op elkaar aansluiten. Daardoor kan er in rap tempo slijtage plaatsvinden, wat veel pijn veroorzaakt.

Hiernaast komt Osteochondrose Dissecans (OCD) voor. Hierbij is het kraakbeen niet normaal ontwikkelt, waardoor kleine stukjes kunnen afbreken in het gewricht. Dit zorgt voor een ontsteking en kreupelheid, wat veel pijn kan doen.

Soms wordt epilepsie bij dit ras waargenomen. Officieel mag er niet met deze individuen gefokt worden. Epilepsie is een neurologische aandoening, waarbij de activiteit van de hersencellen tijdelijk verstoord wordt.

Dit leidt tot abnormaal gedrag (spierkrampen en vermindering van bewustzijn) en zelfs epileptische toevallen (stuipaanvallen en verlies van bewustzijn).

Ook de ogen blijven niet bespaard. Zo kent het ras distichiasis, waarbij de onderste wimpers het hoornvlies irriteren. Dit kan voor beschadigingen, eindeloze ontstekingen en blindheid zorgen.

Hiernaast kent de Grote Zwitser entropion, (het naar binnen krullen van de oogleden) en ectropion (het naar binnen krullen van de wimperrand). Dit irriteert het oog, waardoor er schade kan optreden.

Bij de ogen komt ook grauwe staar (cataract) en Progressieve Retina Atrofie (PRA) voor. Hierbij verslechtert het netvlies van het oog. De hond wordt eerst nachtblind, waarna hij langzaamaan helemaal blind wordt. Dit proces is helaas onomkeerbaar.

Opvoeding

De baasgerichtheid komt in de opvoeding van de Grote Zwitserse Sennenhond ontzettend goed van pas. Ze zijn pienter en pikken de juiste dingen snel op. Hiernaast hebben ze een onverstoorbare focus naar hun baasje toe, waardoor ze prettig samenwerken.

Wat hier tegenover staat, is een zeer nauw contact met zijn eigenaar om deze goede eigenschappen te laten ontplooien. Mits correct gesocialiseerd zijn ze gemakkelijk in de omgang en flexibel.

Ondanks zijn ruwe bolster heeft de Grote Zwitser een blanke pit. Ben je oneerlijk of te hard, dan raak je hem tot in zijn ziel. Werk nauw samen en geef hem zijn ruimte, dan keert hij altijd naar je terug.

Beweging

Zoals zijn bouw al verraadt, is de Grote Zwitser geen sprinter. Wel heeft hij voldoende energie en uithoudingsvermogen voor lange wandelingen of samen hardlopen.

Doe je het samen, dan doet je Zwitser mee. Maar let wel op met dit enthousiasme, zijn heupen en gewrichten zijn door zijn grootte gevoelig voor blessures. Pas dus op met traplopen, rennen in mul zand, scherpe bochten, wild spelen en plotselinge stops.

Zorg hiernaast voor voldoende afwisseling en uitdaging. Door zijn intelligentie scoort deze slimmerik hoog bij gehoorzaamheidscursussen en is hij een uitblinker in allerlei spelletjes en zoekopdrachten.