Hondenrassen

Beagle

beagle

De Beagle staat in Nederland bekend als opgewekt gezinshondje.

Ze zijn lief tegen kinderen en met hun grote, donkere ogen en driekleurige vacht hebben ze menig hart gestolen.

Maar onder dit vrolijke kopje zit een echte jager!

Of dit tijdens het wandelen of thuis in de voorraadkast tot uiting komt, ligt voornamelijk aan hoeveel tijd en aandacht jij in de opvoeding kan steken.

Niets gaat bij dit ras vanzelf, behalve lekker de neus achterna gaan.

Is deze eigenwijze doerak iets voor jou?

In dit artikel geven we je alle details van het ras.

Achtergrond van de Beagle

Oorspronkelijk komt de Beagle uit Engeland. Soortgelijke kleine jachthonden werden al in de eeuwen vóór Christus gebruikt tijdens de hazenjacht.

Over de Beagle die wij tegenwoordig kennen, wordt echter pas in de tijd van Koning Henry de Zevende (1457-1509) gesproken. Ze jaagden in meutes (grote groepen) op klein wild, zoals konijnen en hazen. Daarom worden ze ook wel “Brakken” of (in het Engels) “Hounds” genoemd.

Ze staan er namelijk om bekend dat ze niet met hun ogen, maar juist met hun neus de prooi opsporen en achterna gaan. In Engeland is deze jacht een echte sport, die nog regelmatig uitgevoerd wordt met jachtpaarden.

En Beagles! Al eeuwenlang is jagen daar zeer populair. In Nederland zien we de Beagle vaker als gezinshond.

Het eerste individu van dit ras kwam in 1954 naar Nederland. Hier werd hij beroemd om zijn zachtaardige karakter en berucht om zijn zelfstandige jagersinstinct.

Sindsdien houden we hem vooral als gezinshond. Maar wel één met een gebruiksaanwijzing!

Uiterlijke kenmerken

beagle uiterlijke kenmerken

Volgens de rasstandaard is de Beagle een vastberaden, actieve hond met een groot uithoudingsvermogen.

Ze hebben een brede voorsnuit en een lange, iets gewelfde kop. Hun ogen zijn tamelijk groot en donker- of hazelnootbruin gekleurd. De lange, ronde oren worden hangend gedragen.

De ronde, gewelfde borst gaat via een korte, rechte rug over in een gespierde achterhand. Hun staart is middelmatig lang en wordt hoog gedragen, maar krult nooit over de rug heen.

Ze hebben een korte, dichte vacht die strak op het lichaam ligt. Deze is weerbestendig en komt het meeste voor in de kleur tricolor. Dit houdt een combinatie van zwart, ‘tan’ (roodbruin) en wit in.

Als er kleine, zwarte stipjes in het wit zitten noem je dit driekleurenschimmel. Zijn deze stipjes blauw, dan heeft het de naam blauwschimmel.

De schofthoogte moet altijd tussen de 33 en de 40,5 centimeter liggen. Dit varieert, aangezien je twee types van dit ras hebt. De showhond en de jachthond.

De showhond is wat compacter van bouw en kleiner dan de jachthond. Afhankelijk van geslacht en lichaamsbouw wegen ze zo’n 11 tot 15 kilo.

De Beagle kan wel 15 jaar oud worden.

Karaktereigenschappen van de Beagle

Er zijn twee eigenschappen waar de Beagle om bekend staat. Zijn vriendelijkheid en zijn zelfstandige jachtinstinct. Door hun gelijkmatige temperament zijn ze erg sociaal, zowel naar andere dieren als vreemde mensen.

Aandacht is het allerleukst en bij hun gezin zijn ze dan ook perfect op hun gemak.

Met kinderen is de Beagle perfect. Zachtmoedig en ondeugend, nooit fel of gemeen. Mits ze goed opgevoed zijn is dit een hond waar agressie en angst zelden voor problemen zorgt.

Laat kinderen echter nooit met een hond alleen, een ongeluk zit in een klein hoekje.

Over het algemeen is de Beagle een alert, oplettend type. Hij is echter totaal ongeschikt als waakhond. Deze allemansvriend zal meer bezig zijn met de aandacht die hij krijgt, dan met het vraag of de gasten gewenst zijn of niet.

Toch is dit een ras dat als behoorlijk intelligent kan worden beschouwd. Men ziet dit vooral terug in de hoge mate van zelfstandigheid. Jachthonden werden namelijk geacht zonder hulp de prooi op te sporen en mee terug te nemen naar de baas.

Bij de gezinshond wordt dit talent wel eens vertaald naar “eigenwijs”. Ze gaan zonder pardon hun neus achterna. Dit label is niet helemaal terecht, maar je kunt ze wel een aantal uur kwijt zijn!

In onze mensgerichte maatschappij ontstaan hierdoor soms vervelende of gevaarlijke situaties. Bij deze ondeugende rakker is een consequente opvoeding dus onmisbaar.

Verzorging en gezondheid

Door zijn korte, weerbestendige beharing heeft de Beagle niet veel vachtverzorging nodig. Echter, éénmaal per dag kort doorborstelen is handig, omdat de korte haren behoorlijk kunnen uitvallen.

De oren verdienen extra aandacht. Omdat ze omlaag hangen, kan de gehoorgang soms niet goed ventileren. Het achterblijvende vocht kan gaan broeien en tot een nare oorontsteking leiden.

Hiernaast kent dit ras belangrijke gezondheidsproblematiek.

Beagles zijn gevoelig voor hernia’s, een aandoening waarbij het bindweefsel van de tussenwervelschijf in de rug of nek scheurt. De gel-achtige kern komt dan naar buiten, wat vervolgens op het ruggenmerg of een zenuw kan drukken.

Dit kan heel veel pijn doen en verlamming veroorzaken. Laat je Beagle dus voor de zekerheid een tuig dragen met wandelen, in plaats van een halsband. Zo worden de wervels ontzien.

Achondroplasie komt ook wel eens voor bij dit ras. Dit is een afwijkende ontwikkeling van het bot en kraakbeen, waardoor de botten niet tot de normale grootte doorgroeien.

Het wordt veroorzaakt door een genmutatie en leidt tot onherstelbare dwerggroei. Dit wordt erfelijk doorgegeven.

Hiernaast komt primaire epilepsie regelmatig voor. Dit is mogelijk een erfelijke aandoening, waarbij de oorzaak of aanleiding van aanvallen onbekend is. De hond oogt compleet gezond, ook tussen de toevallen door.

Tijdens een toeval verliezen ze echter het bewustzijn en zijn er lichte tot hevige spierkrampen zichtbaar. Met medicijnen en therapie is deze versie over het algemeen goed te behandelen.

Doorgaans komt bij de Beagle ook verstopte traanbuizen en een aandoening genaamd ‘Cherry eye’ voor. Hierbij wordt de klier van het derde ooglid vergroot, waardoor hij uit de binnenste hoek van het oog puilt.

De hond ondervindt er doorgaans weinig hinder van. Soms trekt dit vanzelf weer weg. Wanneer dit niet het geval is kan een dierenarts het kliertje aan de binnenkant van de ooghoek vasthechten.

De klier verwijderen wordt tegenwoordig bijna niet meer gedaan, door de secundaire problematiek die vervolgens door uitdroging van het oog ontstaat.

Opvoeding

beagle puppy

Doordat de Beagle als zelfstandig jachthondje gefokt is, zal hij als huishond een consequente opvoeding moeten krijgen. Hij is namelijk niet gemakkelijk op te voeden, omdat hij gewend is zijn eigen beslissingen te maken.

De Beagle is gek op zijn baas, maar een middenweg vinden tussen wat hij zelf vindt en wat écht van hem verlangd wordt is erg belangrijk.

Gehoorzaamheids- en puppycursussen zijn dan ook zeer aan te raden met dit ras. De eigenaar wordt systematisch door het opvoedingsproces geleid en de cursusleider kan ter plekke adviseren wanneer zich problemen voordoen.

Bij de Beagle is het namelijk van belang, dat jij als eigenaar op een juiste manier met hem om leert gaan.

Gelukkig is positieve aandacht een perfecte beloning voor je Beagle. Hij is namelijk gek op kroelen!

Wanneer deze hond voor de baas bezig mag zijn, is hij in zijn element. Daarom is hij ook graag overal bij. Dit maakt, dat alleen thuis blijven heel moeilijk voor hem is.

Besteed hier in de opvoeding dus meer dan voldoende aandacht aan. Laat hem rustig wennen.

Onthoud dat het geen onwil vanuit de hond is. Hij wil gewoon erg graag bij zijn gezin zijn.

De Beagle en beweging

beagle beweging en uitlaten

Naast de gewone uitlaatbeurten heeft deze actieve ondeugd nog wat meer lichamelijke activiteit nodig.

Lange wandelingen en naast de fiets lopen zijn goede manieren om energie kwijt te kunnen. Zo kan de hond thuis wat meer ontspannen. Als jachthond heeft hij lichamelijk een enorm uithoudingsvermogen ontwikkeld.

Maar ook mentaal zal hij aan zijn trekken moeten komen.

Gelukkig heeft de Beagle altijd wel zin in een spelletje. Speuren, apporteren of graven in een bak met speelgoed (touwen, ballen, karton) maakt zijn dag compleet.

Hiernaast is de Beagle altijd te porren voor een lekker hapje, ook als je even niet oplet. Waak ervoor dat deze snoepkonten niet te zwaar worden. Ze vinden werkelijk alles lekker en hebben hier aanleg voor.

Veel bewegen en goed voer helpt om ze fit te houden. Hierdoor verklein je de kans op gezondheidsproblemen aanzienlijk.

Laat je voor een passende voeding adviseren door een dierenarts of voedingsprofessional.