Hondentraining

10 tips voor de beste training van je hond

goede hondentraining

Een goede hondentraining is de basis van iedere succesvolle band tussen hond en eigenaar.

Niet omdat we willen dat onze hond perfect gedrild is, al is dat in sommige omstandigheden wel handig. Maar eerder, omdat het jullie een onbetaalbare mogelijkheid tot communicatie geeft.

Hoe pak je een hondentraining eigenlijk aan?

Kun je elke hond via de bestaande methoden trainen?

En welke punten zijn hierbij van belang?

Om deze vragen te beantwoorden, geven we jullie 10 tips voor de beste training van je hond!

10 Tips voor een goede hondentraining

Hondentraining houdt in dat je de hond iets gaat leren. In het beste geval, leer je hier zelf ook van en bouwen jullie een duidelijke communicatiemethode op.

Een prachtige win-win situatie dus!

Maar voor het zover is, lijkt de training voor veel eigenaren bloed, zweet en tranen in te houden. Bekende vragen en frustraties die hierbij opkomen, zijn:

  • Waarom luistert mijn hond niet?
  • Wat doe ik verkeerd?
  • Ben ik dom?
  • Is mijn hond misschien dom?
  • Vindt mijn hond mij wel lief?
  • Pfff, waarom probeer ik het eigenlijk nog?

Je kunt je voorstellen, dat zoveel verwarring tijdens de training veel onbegrip en zelfs verdriet kan veroorzaken.

Daarom heeft ons team 10 handige tips opgesteld om zowel baas als hond zonder kleerscheuren door hun programma heen te helpen.

Veel leesplezier, en succes!

1. Jong geleerd is oud gedaan

Hondentraining is de basis van het gedeelde leven van baasje en hond. Begin daarom gelijk met de training, wanneer de hond bij jullie in huis komt wonen. Bedenk van tevoren welke regels voor hem gelden en houd je hieraan.

Wanneer een hond het gewenst gedragspatroon vanaf een jonge leeftijd aangeleerd krijgt, zal hij een kleinere kans hebben op de ontwikkeling van probleemgedrag later in zijn leven.

Belangrijke onderdelen hiervan zijn de socialisatie, het dagritme en de huisregels.

Dit betekent echter niet, dat dit alleen met een jonge hond of pup te realiseren valt.

Een oudere hond brengt zijn eigen ervaringen en gedrag met zich mee. Hierdoor zal de training misschien wat langer duren, maar is zeker niet minder waard!

Maar hoe pak je die training eigenlijk aan?

Lees ook: Puppy: de basis

2. Maak een stappenplan

Op het moment dat we de hondentraining starten, hebben we een doel. Deze kun je uitmeten in de breedste zin van het woord, bijvoorbeeld “beter samenwerken met mijn hond” of “mijn hond goed opvoeden”.

Maar om dit enorme doel te bereiken, moeten we voor onszelf sub-doelen bepalen. Waar bestaat “beter samenwerken” of “goed opvoeden” uit? En welke commando’s heb je hierbij nodig?

Vervolgens ga je systematisch met deze subdoelen aan de slag.

Want binnen deze sub-doelen, en zelfs binnen je commando’s dien je verschillende, opbouwende stapjes in de training te maken.

Bijvoorbeeld: eerst leer je de hond om te gaan zitten door je hand met het snoepje te volgen. Vervolgens, kun je hem leren niet gelijk op te staan nadat hij is gaan zitten.

Ook zijn sommige commando’s voorbereidend op een ‘stapje verder’. Bijvoorbeeld: eerst leer je de hond zitten, daarna kun je hem leren om poot te geven.

Belangrijk is, dat je het leerproces zo indeelt dat je hond dit kan volgen. Maar wat bedoelen we hier precies mee?

3. Luister naar je hond

Een goede hondentraining is niet alleen succesvol gemaakt door een hond die netjes naar zijn baasjes luistert. Het baasje zal om dit te bereiken ook goed naar zijn hond moeten luisteren.

Want van elke hond zal het leerproces anders zijn. Niet alleen het gedeelte waarin het “oh, bedoel je dat?”- kwartje valt bij de hond. Maar ook de trainingsstapjes om hier te komen!

Sommige hondenrassen, zoals de Border Collie, zijn speciaal gefokt om zelfstandig zeer specifieke commando’s op te volgen. Dit betekent, dat zij eerder “doorhebben” welk gewenst gedrag van hen wordt verwacht tijdens de training.

En dit goed onthouden!

Andere rassen, zoals bijvoorbeeld Husky’s, zijn juist gewend om hun eigen beslissingen te maken.

Maar het leerproces heeft niet alleen met erfelijk cognitief vermogen te maken. Ook factoren zoals leeftijd en bijvoorbeeld zelfvertrouwen spelen een belangrijke rol.

Daarom is het belangrijk dat je uitvindt, waarvoor je hond graag wil leren. Dus hup, de schoolbanken in!

4. Zoek de juiste beloning

Ieder dier heeft wel iets waarvoor hij bereid is om te werken. We noemen dit de “motivatie”.

De motivatie wordt doorgaans aangestuurd door een begeerde belonging bij vertoning van het gewenste gedrag.

Dit klinkt misschien omslachtig of ingewikkeld, maar kan heel simpel zijn. Bij de hondentraining zien we vaak het gebruik van een lekker hapje als beloning. We zeggen hiermee tegen de hond: “Doe je het goed, dan krijg je dit koekje”.

Per hond kan de begeerde beloning echter sterk verschillen. En niet alleen in fysieke vorm, zoals het verschil tussen een stukje kaas, een brokje, een gedroogd visje of een hele kauwstick.

Ook de algehele vormgeving kan verschillen. Niet elke hond is namelijk voedselgericht. De één vindt het de leukste beloning om even wild te ravotten, de ander gaat lekker gek doen met een favoriet speeltje.

En wat dacht je van vrije tijd? Sommige honden leren graag, voor de belofte dat ze daarna weer mogen doen wat ze zelf willen…

5. Wees duidelijk en consequent

Dit brengt ons tot het volgende belangrijke punt in de training: communicatie.

Je weet wat je hond wil en welke stappen hij nodig heeft om tot het gewenste gedrag te komen. Maar, weet je zeker dat je hond wel begrijpt wat jíj van hem wil?

Een goede training houdt een duidelijke communicatie vanuit het baasje naar de hond in. Hierbij probeer je zo kort en onomwonden aan te geven: “Dit wil ik”.

Een belangrijk onderdeel van deze duidelijkheid is een consequente manier van informatie geven. Dit betekent, dat de specifieke informatie die je de hond geeft, altijd hetzelfde betekent.

Bij elk commando, bij elke beloning en bij elke ‘afstraffing’. Bepaal voor jezelf hoe je het commando geeft, welke woorden je gebruikt bij een gewenste uitkomst en welke bij een ongewenste.

Hierbij bepaal je ook wanneer en hoe je beloont.

Bijvoorbeeld: zie je het gewenste gedrag, zeg dan gelijk “Goed zo”, gevolgd door een stukje koek. Bij ongewenst gedrag, zeg je “Nee” en zorg je weer voor voldoende aandacht vanuit de hond.

Maar aandacht, pfoe! Dat is een zeldzaam goed…

6. Wees geduldig

Er is nog zoveel meer te beleven en te zien wanneer jullie aan het trainen zijn. Veel honden hebben dan ook last met het vasthouden van deze aandacht naar de baas toe.

Niet omdat ze je niet lief vinden. Maar omdat ze ontzettend geprikkeld worden door hun omgeving.

Dit zien we veel bij jonge honden en rassen die zeer sensitief zijn. Door deze gevoeligheid kunnen ze ontzettend veel leren! Maar pas wanneer het baasje de belangrijke prikkels van de onbelangrijke voor hen scheidt.

Wees daarom geduldig, ook wanneer het even niet goed gaat of je hond niet oplet.

Dit betekent niet, dat je alle afleiding gewoon toe moet staan. Maar training is mentaal best intensief voor je hond, dus onderken dat hij niet 100% van de tijd zijn kopje bij jou kan houden.

Vraag daarom gericht aandacht (“Nu opletten”) en geef daarna weer vrijheid ( “Nu niet”). Oefen de aandachtsspanne thuis, om de duur hiervan op te bouwen.

Maar hoe lang moet deze eigenlijk zijn?

7. Kort, maar krachtig

Soms duurt het wel even tot jullie met een oefening op het gewenste niveau zijn. Toch loont het niet, om de trainingssessies lang en vol te maken.

Bedenk namelijk, dat het voor een hond enorm veel gis- en onthoud werk is voordat hij een commando goed kan opvolgen. Krijgt hij teveel informatie in één keer, dan zal dit lastig te verwerken zijn.

Houd daarom de sessies kort, maar krachtig.

Ga gericht te werk en bedenk goed wanneer het genoeg is. Stel je hiernaast flexibel op, want de training loopt niet altijd zoals je bedacht had.

Soms heeft je hond zijn dag gewoon niet, valt de specifieke oefening hem zwaar of geef jij geen duidelijke commando’s.

8. Leer van jullie fouten

Het leuke van training is, dat er helemaal niets mis is met af en toe fouten maken. Iedereen heeft wel eens een minder dagje of een onderdeel dat moeilijker valt dan de rest.

Haal diep adem, glimlach en probeer opnieuw.

Lukt het echt niet? Ga dan een stapje terug in jullie trainingsprogramma en herhaal een oefening of onderdeel die je hond al beheerst. Beloon en sluit af.

Een goed gevoel is het halve werk. Volgende keer beter!

9. Vraag een professional om hulp

Hebben jullie wel erg veel mindere dagjes? Of lopen jullie steeds vast op hetzelfde punt, waarna geen voortgang meer mogelijk is? Schroom dan niet om begeleiding te vragen van een professional.

Er zijn ontzettend veel hondenscholen waar training en begeleiding aangeboden wordt. Ga eerst eens kennismaken en houd een goed gesprek, voor dat je hierbij een keuze maakt.

En onthoud: deze fase heeft elke hondeneigenaar wel eens door moeten maken. Iedereen, maar dan ook iedereen, heeft het ooit moeten leren.

Slaat de ene methode niet aan bij het baasje en de hond, dan misschien de ander wel. Juist dan is het belangrijk om begeleiding te vragen, want frustratie begint waar kennis eindigt. En sommige dingen moet je nou eenmaal een keer zien, voordat je er iets mee kan.

Beter dat, dan een relatie gebaseerd op frustratie.

10. Houd het leuk!

En dat, brengt ons op één van de laatste, maar zeker niet minder belangrijke punten van een goede hondentraining. Zorg ervoor dat jullie plezier houden in het samenwerken.

Jij maakt fouten, de hond maakt fouten, maar het belangrijkste is dat jullie dit proces samen doorlopen.

Niet alles is leuk en niet alles is gemakkelijk, natuurlijk. Maar zolang jij de goede moed erin houd, voorkom je een drukkende sfeer tijdens de trainingssessies.

Moedig je hond aan en beloon hem, maar beloon jezelf ook! Uiteindelijk zal al jullie harde werk beloond worden en zijn jullie een ontspannen duo, vol plezier en begrip.

Één voor allen, en allen voor één!

Lees meer: Gehoorzaamheidstraining hond »