Hondenrassen

Sint-Bernard

sint-bernard

De Sint-Bernard heeft al eeuwenlang een smetteloze reputatie als huis- en reddingshond.

Vanaf de 19e eeuw werd dit ras voornamelijk als familiehond gefokt.

Deze loebas is sindsdien niet meer weg te denken bij talloze gezinnen in Europa en Noord-Amerika.

Als grote, vriendelijke reus is hij het toonbeeld van rust, zachtaardig en betrokken bij huis en haard.

Op het erf komt echter zijn aangeboren talent om gevaar aan te voelen naar boven: niemand komt langs deze imposante bewaker wanneer er kwaad in de zin is.

Is deze eigenzinnige knuffelbeer iets voor jou?

In dit artikel geven we je alle details van het ras.

Achtergrond van de Sint-Bernard

Het type van de Sint-Bernard is afkomstig van de Molossers: grote, zware honden die duizenden jaren geleden werden gebruikt als waak- en krijgshond.

Later werden ze voornamelijk gekruist met plaatselijke herdershonden, maar ook bloed van de Mastiff, Pyreneese Berghond en New-Foundlander valt in hun aderen terug te vinden.

De Sint-Bernard vindt zijn oorsprong in Zwitserland, waar hij in de Grote Sint-Bernardpas gebruikt werd om gestrande reizigers op te sporen.

Halverwege de 17e eeuw werden deze honden aan de monniken van het plaatselijke Hospiz-klooster geschonken voor bescherming.

Al snel bleek echter, dat ze een natuurlijke aanleg hadden voor het aanvoelen van sneeuwstormen en lawinegevaar. Door hun uiterst gevoelige reukvermogen konden ze de slachtoffers die ten prooi waren gevallen aan deze rampen op grote afstand vinden.

De eerste Sint-Bernards waren kortharig, wat van praktisch voordeel bleek toen ze ingezet werden als reddingshonden. Later werd, door een kruising met de New Foundlander, de langharige Sint-Bernard gefokt.

Sneeuw en ijs plakte gemakkelijk vast in de lange haren, daarom bleef dit type in het dal, waar hij de rol van gezins- en erfbewaker op zich nam.

Uiterlijke kenmerken

sint-bernard uiterlijke kenmerken

Volgens de rasstandaard is de Sint-Bernard een opvallend grote en gespierde, maar toch harmonische verschijning.

Ze hebben een stuwende, rechte gang en hebben daardoor in actie een levendig voorkomen. Hun massieve kop heeft een brede schedel en een korte, vierkante snuit, waarop lichte groeven zichtbaar zijn.

De ogen zijn matig groot en hebben een donker- tot hazelnootbruine kleur. De driehoekige oren worden hangend gedragen, net als de lange, zware staart. De borst is matig diep en de krachtige rug loopt recht over in de gespierde lendenen. Hierdoor heeft de Sint-Bernard een statig voorkomen.

Er bestaan twee vachtvariëteiten bij de Sint-Bernard: de korthaar (stokhaar) en de langhaar. Beiden hebben een dichte, zachte ondervacht om sneeuw en kou buiten te houden.

De korthaar variant heeft een vlakke, harde bovenvacht die strak op het lichaam ligt.

De langhaar heeft een rechte, middellange bovenvacht die op de heupen en bij het kruis licht golft. De voorbenen, dijen en staart zijn weelderig behaard, wat ‘bevedering’ wordt genoemd.

De grondkleur van de vacht is wit, met roodbruine ‘platen’ of ‘mantels’ op de rug en flanken. Donkere aftekeningen op het hoofd zijn zeer gewenst en een vleugje zwart op het lichaam is toegestaan. Witte aftekeningen komen voor op de borst, voeten, staartpunt, neus en nek.

De schofthoogte van reuen ligt tussen de 70 en de 90 cm in, voor teefjes is dit 65 tot 80 cm. Het is duidelijk geen schoothondje: ze kunnen wel 100 kilo zwaar worden!

Zijn enorme voorkomen brengt ook nadelen met zich mee: doorgaans wordt de Sint-Bernard maar zo’n 8 tot 10 jaar oud.

Karaktereigenschappen van de Sint-Bernard

De Sint-Bernard is een uitgesproken vriendelijke hond: evenwichtig en zachtaardig. Over het algemeen is deze kolos erg rustig, maar zijn ze in hun element dat kunnen ze enorm levendig en enthousiast zijn.

Ze vinden het heerlijk om bij het gezinsleven betrokken te worden, echter het bewaken van het erf kun je geheel aan ze overlaten. Op dit gebied bezitten ze een kenmerkende eigenzinnigheid, waardoor ze soms wat territoriaal kunnen worden.

Toch valt de Sint-Bernard te omschrijven als een sensibel ras. Naast zijn aangeboren sensor voor gevaar is hij ook lichtgevoelig voor de stemming van zijn gezinsleden.

Er wordt gezegd dat de Sint-Bernard de eerste in huis is die je komt troosten, als je stiekem niet lekker in je vel zit. En wat is een fijner gevoel dan lekker wegkruipen in de zachte vacht van deze lieve knuffelbeer? Juist, maar weinig.

Ze zijn aanhankelijk en onvoorstelbaar voorzichtig met kinderen. Deze hond floreert als volwaardig lid van het gezin: het allerbelangrijkste is zijn baas en iedereen die bij het gezin hoort. Dit geldt ook voor andere huisdieren.

Verzorging en gezondheid

Het spreekt voor zich dat de langhaar variatie meer (vacht)verzorging nodig heeft dan de korthaar. Ten minste twee keer per week goed doorborstelen is onmisbaar om losse haren, vocht en plakkend vuil te verwijderen.

Bij de langhaar moet met name achter de oren, aan de bevederde poten en bij de achterhand en staart dagelijks klitten verwijderd worden. Hiernaast is het wijs om lange plukken haar die de gehoorgang in dreigen te groeien te verwijderen: deze kunnen een nare oorontsteking veroorzaken.

Durf je dit zelf niet? Klop dan even aan bij een hondentrimsalon. Ook de haren tussen de tenen en bij de voetzolen kunnen maar beter zo kort mogelijk gehouden worden, dit voorkomt plakkende modder of sneeuw.

Over het algemeen is de Sint-Bernard een vrij gezond ras. Echter brengt onder andere zijn enorme grootte wat fysieke nadelen met zich mee.

Bij de grotere hondenrassen komt vaak elleboog- en heupdysplasie voor. Dit is een aandoening waarbij de onderdelen in het gewricht niet goed op elkaar aansluiten. Daardoor kan er in rap tempo slijtage plaatsvinden, wat veel pijn veroorzaakt.

Deze aandoening is deels erfelijk, maar bij de ontwikkeling hiervan spelen gewicht en belasting van de gewrichten door beweging een grote rol.

Door de ruimte die de organen in de borstkas hebben, heeft de Sint-Bernard ook een vergrote kans op een maagtorsie (draaiing van de maag).

Rennen, springen en wild spelen in de twee uur na de maaltijd is dan ook sterk af te raden: een maagtorsie moet héél snel behandeld worden bij een dierenarts, anders bestaat er grote kans dat de hond het niet overleefd.

Een ander voorkomend gezondheidsprobleem is Dilated Cardiomyopathie (DCM), een afwijking aan de hartspier. Hierbij is de spierweefsel minder sterk, waardoor er verwijding van één of beide hartkamers ontstaat. Dit kan tot hartritmestoornissen, longoedeem en zelfs de dood leiden.

Meestal openbaart deze afwijking zich tussen het 4e en 10e levensjaar van de hond. Is de rechterhartkamer aangetast, dan ziet men vaak vochtophopingen in de poten en buikholte.

Ook een verminderd uithoudingsvermogen, vermagering en hoesten zijn aanwijzingen, echter vaak is er niets opvallends aan de hond te zien en wordt de aandoening ongemerkt erger.

Evenals wat andere grote hondenrassen, heeft de Sint-Bernard als pup een verhoogde kans op het Wobbler Syndroom. Bij deze aandoening verschuiven de nekwervels, waardoor het ruggenmerg beschadigd wordt.

De beginsymptomen zijn incoördinatie van de achterbenen, wat kan uitgroeien tot plotselinge verlamming. Snel ingrijpen is van levensbelang: bij een vroege diagnose kunnen corticosteroiden helpen, echter in een later stadium is een zware chirurgische ingreep onvermijdelijk.

De Sint-Bernard kan ook last van epilepsie krijgen: het herhaald optreden van toevallen. De signalen in de hersenen worden niet adequaat verwerkt, waardoor er een soort ‘uitbarsting’ ontstaat waarbij de hond kan gaan schokken en het bewustzijn verliest. De aanvallen komen met enige regelmaat voor en medicatie is dan ook noodzakelijk.

Ook oogproblemen zoals entropion (het naar binnen krullen van de oogleden) en ectropion (het naar binnen krullen van de wimperrand) komen voor, welke tot hoornvliesbeschadiging en ontstekingen kunnen leiden.

Opvoeding

sint-bernard pup

Over het algemeen heeft de Sint-Bernard een zeer welwillende houding tegenover zijn baas.

Omdat ze in de besneeuwde Zwitserse bergen de leiding namen over allerhande reddingsacties en trouw hun erf bewaakten, hebben ze echter een kenmerkende eigenzinnigheid tijdens de training.

Verwar dit niet met onwil, tijdens de elementaire gehoorzaamheidstraining doen ze het prima! Maar de Sint-Bernard heeft nu eenmaal een sterk eigen gevoel over wat er gebeuren moet.

De affectie van de baas en volwaardigheid binnen het gezin is van levensbelang voor deze hond. Gebruik dit in je voordeel: bij de Sint-Bernard hoef je absoluut niet tot stemverheffing of fysiek straffen over te gaan. Hij doet alles voor je, maar geef hem de tijd.

Wat betreft de socialisatie heeft de Sint-Bernard geen speciale aandachtspunten. Introduceer nieuwe prikkels tijdens sessies met rust en aandacht, zo heeft de pup ruimte om dit te verwerken en zal later goed met verschillende situaties kunnen omgaan.

Voor kinderen en andere huisdieren is de Sint-Bernard van nature erg vriendelijk en geduldig. Laat kinderen echter nooit met de hond alleen, er zijn altijd situaties die je niet kunt voorzien.

De Sint-Bernard en beweging

sint-bernard beweging uitlaten

Ondanks zijn rustige uitstraling is de Sint-Bernard wel degelijk een ras dat lekker zijn benen moet kunnen strekken. Hij gaat graag overal mee naar toe en urenlang wandelen met de baas vindt hij heerlijk.

Let er echter op, dat door de dichte vacht deze kolos in de zomer goed koel gehouden moet worden. Wat betreft activiteit is deze hond in zijn element tijdens de koudere seizoenen.

Pas met de Sint-Bernard als jonge hond op wat betreft de lichaamsbeweging. Door hun gevoeligheid voor elleboog- en heupdysplasie zijn traplopen, gladde vloeren en wild spelen met andere honden uit den boze, om de gewrichten te sparen.

Naast de fiets lopen en zwemmen zijn ideale activiteiten om je hond op een goede manier zijn spieren op te laten bouwen en fit te houden. Maar let op, bij iedere vorm van activiteit geldt: bouw de duur en intensiteit langzaam op, om gewrichtsproblemen te voorkomen