Hondenrassen

Ierse Setter

ierse setter

De Ierse Setter is een chique verschijning met zijn glanzende, lange vacht met een prachtige dieprode kleur.

Een gestroomlijnd lichaam en grote, dromerige ogen.

Maar wie denkt dat de Setter de hele dag mooi gaat liggen zijn op de bank, heeft het mooi mis.

Deze actieve bliksemschicht is jager in hart en nieren!

Door zijn vriendelijke karakter is hij een perfecte huishond, mits deze jongen zijn aangeboren drang tot actie genoeg kan uitleven.

Hierdoor is hij wat lastiger te trainen: zijn aandacht ligt vaak bij andere activiteiten dan commando’s opvolgen.

Houd je van een uitdaging, ben je sportief en creatief?

Dan zul je veel (positief!) bekijks hebben met dit sierlijke dier.

Is de Ierse Setter iets voor jou? In dit artikel geven we je alle details van het ras.

Achtergrond van de Ierse Setter

De naam van dit ras verraadt de herkomst al: deze chique jachthond komt oorspronkelijk uit Ierland. In Ierland was tijdens de achttiende eeuw jagen een populaire bezigheid. De slanke Setter was uitermate geschikt om op snel en gevoelig wild te jagen: vooral vogels waren de pineut.

Hij staat erom bekend dat hij héél stil kan zijn en een onbeweeglijke positie aanneemt, terwijl de nietsvermoedende prooi rustig zijn veren gladstrijkt. Vervolgens wordt de vogel opgejaagd richting de baas, die de prooi in een net vangt. Vooral de rood-witte Setter werd in deze tijd gebruikt als jager.

Rond het begin van de 19e eeuw zag je ook een geheel roodgekleurd type verschijnen, echter deze hond werd meer ingezet voor shows.

Er is veel onbekend rondom de voorouders van de Ierse Setter, het is echter vrijwel zeker dat er Spaniël-, Bloedhond– of Pointerbloed door zijn aderen stroomt. In 1885 werd het eerste nestje in Nederland geboren, waarna de Nederlandse en Engelse fokkerij nauw samen gingen werken aan de verbetering van het ras.

Bijna een eeuw lang kwamen hier mooie en gezonde show- en werkhonden uit voort. Echter, zo rond 1970 nam de interesse voor de werktypes af: veel grote jachtterreinen heeft Nederland niet. Zo kwam het dat de Ierse Setter steeds meer als huishond gezien werd, een rol die hij door zijn vriendelijke karakter prima aannam.

Echter, in onze huismaatjes van nu kun je nog regelmatig de energieke, onverschrokken jager van toen terugzien: dit ras is jagen nog lang niet vergeten!

Uiterlijke kenmerken

ierse setter uiterlijke kenmerken

Volgens de rasstandaard is de Ierse Setter een grote, opvallende jachthond met een adellijke uitstraling. Er zijn twee rassen erkend: de rood-witte en de rode Ierse Setter. Van beide rassen is de kop ietwat gewelfd met een lange, rechte snuit.

De rode Setter heeft een duidelijke achterhoofdsknobbel, de rood-witte heeft dit niet. Beiden hebben donkerbruine ogen en hun lange, driehoekvormige oren worden hangend gedragen.

De borstkas is smal, maar diep en gestroomlijnd. Over het algemeen is hun bouw iets langer dan dat hij hoog is en wordt de staart horizontaal, doorlopend aan de ruglijn, gedragen.

De vacht van de Ierse Setter is op het lichaam lang en zijdeachtig, op de kop kort en fijn. Aan de benen, hals, buik en staart zijn lange, zachte plukken te vinden die de hond zijn chique voorkomen geven.

De kleuren van de rode Ierse Setter variëren van kastanjebruin tot mahonie, soms met witte vlekken op de borst. Bij de rood-witte Setter is de grondkleur wit, met roodgekleurde vlekken (‘eilandjes’).

Reuen zijn zo’n 62 tot 66 centimeter hoog aan de schoft (schouder), teven zijn tussen de 57 en 61 centimeter hoog. Afhankelijk van geslacht en lichaamsbouw wegen ze tussen de 25 en 30 kilo. Ondanks hun grootte is het een taai ras: ze worden zo’n 12 à 13 jaar oud!

Karaktereigenschappen van de Ierse Setter

Dit zijn doorgaans erg zachtaardige, aanhankelijke en toch zeer energieke honden. Ze hechten sterk aan hun gezin, maar dit is een echte jager en dat zul je merken! Het is een temperamentvol type met een groot hart, echter de jager komt tot uiting in zijn impulsieve en onafhankelijke geest.

Dit kan de training soms wat bemoeilijken: was jij net bezig een oefening uit te leggen, dan is je Setter alweer zijn benen strekken.

Gelukkig hebben deze sportieve stuiterballen ook veel oog voor de baas en het gezin. Het liefst gaan ze overal mee naar toe: als ze maar bij de baas zijn. Ze zijn goed met kinderen, echter is het altijd wijs hen nooit met de hond alleen te laten: het kan er wat wild aan toegaan. Daarnaast zijn er altijd situaties die je niet kunt voorzien.

Doorgaans is de Ierse Setter een hartelijk type, zowel naar andere dieren als naar vreemden. Er zijn echter ook Setters die zich wat gereserveerder opstellen, een goede socialisatie is dus van belang.

Verzorging en gezondheid

De lange, zijdezachte vacht heeft dagelijkse verzorging nodig. Dit kammen en borstelen moet grondig gebeuren, laat je hond hier dus bijtijds en rustig aan wennen. Bij de oren en in de lange haren van de borst, buik en staart vormen zich snel klitten.

Ook takjes en ander vuil blijven hier gemakkelijk in hangen. De oren moeten geregeld gecontroleerd worden op plukken haar die de gehoorgang in dreigen te groeien, om een nare oorontsteking te voorkomen.

Durf je dit zelf niet te doen, klop dan even aan bij een hondentrimsalon. Zij kunnen je hond op nare lange plukken nakijken, o.a. bij de oren en voetzolen. Zo kan je vrolijke vriend binnen een mum van tijd weer lekker ongestoord ravotten.

Bij de Ierse Setters zijn er wat gezondheidsproblemen die geregeld voorkomen. Allereerst zijn ze, zoals wel meer grote hondenrassen, gevoelig voor heupdysplasie. Bij deze aandoening sluiten de onderdelen in het gewricht niet goed op elkaar aan. Daardoor kan er in rap tempo slijtage plaatsvinden, wat veel pijn veroorzaakt.

Deze aandoening is deels erfelijk, maar bij de ontwikkeling hiervan spelen gewicht en belasting van de gewrichten door beweging een grote rol.

Door hun diepe borstkas hebben de organen veel ruimte. Hierdoor is de Ierse Setter gevoelig voor een maagtorsie (draaiing van de maag) wanneer hij vlak na het eten te actief is.

Rennen, springen en wild spelen in de twee uur na de maaltijd is dan ook sterk af te raden: een maagtorsie moet héél snel behandeld worden bij een dierenarts, anders bestaat er grote kans dat de hond het niet overleefd.

Ook Progressieve Retina Dysplasie (verslechtering van het netvlies), epilepsie en huidproblemen komen geregeld voor.

Een opvallend en alarmerend verschijnsel bij de Ierse Setter is de Canine Leucocyte Adhesion Deficiency. Deze aandoening is verwant aan een menselijke ziekte met een identiek patroon (dit betekent niet dat het overdraagbaar is).

Door deze overeenkomsten is men erachter gekomen dat deze aandoening veroorzaakt wordt door een veranderd (gemuteerd) gen in het DNA. De witte bloedlichaampjes in het immuunsysteem werken niet naar behoren, zodat de hondjes op jonge leeftijd overlijden door veelvuldige infecties.

Ook de ziekte van Von Willebrand komt bij Ierse Setters voor, een aandoening waarbij de bloedplaatjes en bepaalde stollingseiwitten niet goed hun taak meer doen. De honden zijn gevoeliger voor bloeduitstortingen en bloedingen, die minder snel te stelpen zijn dan normaal.

Veel van bovenstaande aandoeningen zijn (deels) erfelijk belast. Het is dus belangrijk dat beide ouderdieren getest zijn op erfelijke aandoeningen, voor een nest met pups gepland wordt. Zo houd je het ras gezond!

Opvoeding

ierse setter puppies

De Ierse Setter is een intelligente hond, die zonder regelmatige geheugensteuntjes de rol van jager voor de baas kon vervullen. Echter, komen we daardoor met de Setter als huishond wel eens in de problemen: dit is een heel andere rol! Gelukkig is hij erg op de baas gericht, dus veel oefenen werpt zijn vruchten af in en om het huis.

Let er wel op dat je het interessant houdt: deze jager rent eerder achter een eend aan dan dat hij wéér moet gaan zitten voor een koekje. Houd de training duidelijk en afwisselend, dan zal deze onafhankelijke ziel alles voor je willen doen: jij bent immers de allerleukste!

In de opvoeding moet rust en aandacht centraal staan: bij deze hond bereik je niets met fysiek straffen en je stem verheffen, dan gaat hij alleen maar zijn eigen plan trekken.

Het is belangrijk dat je Setter al vroeg leert dat hij niet overal achteraan hoeft te rennen. Als jachthond is dit een aangeboren neiging, echter kan het voor vervelende of zelfs gevaarlijke situaties zorgen.

Ook het terugkomen naar de baas vinden ze wat moeilijk: kijken wat daar door het struikgewas ruist is wel héél verleidelijk. Echter, hoe meer rust tijdens de introductie van nieuwe prikkels, hoe beter de pup dit kan verwerken en hoe beter hij later met jouw commando’s om kan gaan.

Puppycursus en eventuele vervolgcursussen kunnen hierbij helpen: de cursusleider kan ter plekke adviseren. Bij de Ierse Setter is het allerbelangrijkst dat je hem tijd geeft en hem op een afwisselende, leuke manier door het leerproces heen helpt.

Deze rust zal je ook ten goede komen tijdens de socialisatie: Setters zijn soms wat gereserveerd naar vreemden. Geef ze rust en vertrouwen, zo krijg je een evenwichtige, zachtaardige huisgenoot.

De Ierse Setter en beweging

ierse setter beweging uitlaten

Zoals we al eerder zeiden, is de Ierse Setter gemaakt om te jagen. Hij is een liefdevolle, aanhankelijke hond, maar komt echt goed tot zijn recht wanneer hij lekker zijn benen kan strekken. Lange wandelingen, speuren, behendigheid en apporteren: ze vinden het allemaal geweldig.

Met de baas bezig zijn is hun passie en je zult versteld staan van hun snelheid, reukvermogen en aanpassingsvermogen. Heeft de Ierse Setter het naar zijn zin, dan is hij op elk terrein en in elk klimaat ongelooflijk actief.

Het is dus belangrijk dat er met beleid gewerkt wordt: wilde activiteiten belasten de gevoelige gewrichten. Ook traplopen, gladde vloeren en wild spelen met andere honden moet beperkt worden.

Voor dit ras zijn zwemmen, maar ook naast de fiets lopen een prima manier om voor een goede spieropbouw te zorgen. Maar voor alle beweging geldt: bouw het langzaam op en doe het rustig aan met hoge temperaturen. Zo voorkom je blessures en oververhitting.