Hondenrassen

Kooikerhondje

kooikerhondje

Het Kooikerhondje is met zijn driekleur en sierlijke oorversiering een chique hondje om te zien. Maar vergis je niet, deze pientere eendenjagers hebben een flinke dosis pit. Ze zijn waaks en laten zich hierbij niet zomaar de mond snoeren.

Dit is dan ook de beste beschrijving van dit bijzondere hondenras. Pittig, met een gouden randje. Fel, maar stil en waaks, maar aanhankelijk. Van alles wat!

Meer weten over dit oer Nederlandse ras? Lees hier ons artikel over de Kooiker.

Achtergrond

Het Kooikerhondje is van origine een Nederlands ras. Hij stamt af van de Spioenen, Spaanse honden die vanaf de middeleeuwen wild opjoegen voor de jacht. Deze jagers staan aan de wieg van vele andere moderne hondenrassen, zoals de Heidewachtel en Duitse Staande.

Spioenen, ook wel Spanjoelen genoemd, werkten samen met jachtvogels om hun prooi te vangen. De Nederlandse Kooikertjes echter, zagen vogels voor een heel ander doel. Hij werd namelijk tientallen jaren ingezet als eendenvanger.

Deze aparte jacht had een geheel eigen ontwerp.

Zowel wilde als tamme eenden bevonden zich in een zogenoemde ‘kooiplas’. De plas had uitlopers, waarbij een vangpijp uitliep in een kooi. In de plas bevonden zich halftamme eenden, die goed op de hoogte waren van het vangritueel.

Wanneer er voer in de kooien gestrooid werd, begaven deze tamme eenden zich gelijk richting de vangpijp. Hierbij werden ze gevolgd door wilde eenden, die in de kooi gevangen genomen werden. Om de eenden verder de vangpijp in te verleiden, werd het Kooikerhondje ingezet.

Deze hield bij het begeleiden van de eenden zijn typisch witte pluimstaart omhoog. De staart werd af en toe waargenomen door de eenden, die de pluim nieuwsgierig volgden richting de kooi. Kwam de wilde eend aan in de kooi, dan sloot deze zich achter hem.

Mogelijk bestaat de Kooiker al sinds de 16e of 17e eeuw. Hier bestaat echter onduidelijkheid over. Na het sluiten van de eendenkooien raakte het ras helaas in verval.

Het voortbestaan werd mogelijk gemaakt door Baronesse van Hardenbroek van Ammerstol. Hierdoor werd het Kooikerhondje in 1966 opnieuw als officieel ras te boek gesteld. Tegenwoordig zien we ze in Nederland geregeld als gezinshond.

Uiterlijke kenmerken

Volgens de rasstandaard is het Kooikerhondje een harmonisch gebouwde hond. Hij is levendig en beweeglijk, fel maar opgewekt.

De kop is matig lang, met een licht wigvormige voorsnuit. De ogen zijn amandelvormig en donkerbruin van kleur. De oren zijn matig groot, en worden hangend in driehoeksvorm gedragen.

Aan de oorpunten hangt rastypisch donkere bevedering, ‘oorbellen’ genoemd.

De hals is gespierd en voldoende lang, uitlopend in een rechte en vrij korte rug. De borst reikt tot aan de ellebogen. De achterhand is licht hellend en gespierd.

De bevederde staart wordt in het verlengde van de rug gedragen. Tijdens actie gaat deze de hoogte in, zodat er aan de bovenzijde een typische pluim ontstaat.

De vacht is middelmatig lang, licht golvend en glad van structuur. Het dekhaar voelt zacht en er is voldoende onderwol aanwezig. De basiskleur is zuiver wit, met rood-oranje platen op het lichaam en masker op het gezicht.

Hierdoor ontstaat bij de voorsnuit tot het voorhoofd een witte bles. De voorpoten, achterpoten, keel, borst en staart hebben lange, zijde-achtige bevedering.

De reu is middelgroot, met 37 tot 42 centimeter aan de schoft en een gewicht van 10 tot 15 kilo. De teef is iets kleiner, met 35 tot 40 centimeter en 9 tot 13 kilo. Het Kooikerhondje wordt zo’n 12 tot 14 jaar oud.

Karakter

Door zijn bijzondere taak is de Kooiker een bijzonder hondje. Enerzijds moest hij actief zijn en zelfstandig kunnen werken, anderzijds waren stilte, beheersing en een attente, baasgerichte houding belangrijk.

Tijdens het eenden vangen werkten de Kooihond en kooibaas namelijk nauw samen. De hond begreep niet alleen stemcommando’s, maar ook stille gebaren en kon goed op de situatie inspelen. Ze zijn fel op ongedierte, maar juist stil, oplettend en doeltreffend tijdens de eendenvangst.

Naast het vangen ging de hond met de kooibaas mee naar huis. Hier bewaakte hij het erf en was hij lid van het gezin. Zo zien we in de Kooikerhond van vandaag nog steeds pit, intelligentie en waakzaamheid.

Het ras is vriendelijk, maar kan wat gereserveerd zijn. Bij onzekerheid kan hij vluchten, maar ook juist grommen en grauwen. Dit zie je ook in het contact met andere honden terug, waarbij de Kooiker fel uit de hoek kan komen.

Ze zijn erg gesteld op hun eigen omgeving en daardoor één met hun gezin en alles wat daarbij hoort. Al zul je met de allerkleinsten even op moeten letten tijdens de dolle vijf minuten.

Die heeft hij nu eenmaal af en toe!

Verzorging en gezondheid

De halflange, gladde haren van de Kooiker hebben niet veel onderhoud nodig. Er blijft weinig vuil in hangen en de haren kunnen goed tegen vocht. Een paar maal per week borstelen is voldoende, houd hierbij ook de bevedering vuil- en klittenvrij.

Helaas kent het ras enkele belangrijke gezondheidsproblemen.

De bekendste hiervan, is de ziekte van Von Willebrand. Dit is een probleem in de bloedstolling, waardoor hevige bloedingen of slechte wondgenezing ontstaat. Dit kan zeer ernstige gevolgen hebben.

Ook Erfelijke Necrotiserende Myelopathie (ENM) komt voor, dit wordt ook wel “Kooikerverlamming” genoemd. Dit is een neurologische aandoening, waarbij het ruggenmerg beschadigd wordt. Bij aangetaste honden zien we de eerste symptomen tussen de leeftijd van 6 en 15 maanden oud.

De hond zal steeds meer moeite hebben met coördinatie en beweging, waardoor hij “dronken” waggelt en steeds vaker valt. De ziekte brengt weinig pijn met zich mee, maar ontwikkelt zich zo snel dat de hond maximaal twee jaar oud zal worden.

Hiernaast komt epilepsie voor, een neurologische aandoening waarbij de activiteit van de hersencellen tijdelijk verstoord wordt. Dit leidt tot abnormaal gedrag (spierkrampen en vermindering van bewustzijn) en zelfs epileptische toevallen (stuipaanvallen en verlies van bewustzijn).

Ook zien we (poly)myositis bij dit ras. Dit is een auto-immuun probleem, waarbij spieren chronisch ontstoken raken. Veel geziene symptomen zijn slik- en eetproblemen, weinig uithoudingsvermogen en kreupelheid.

Helaas zal de ziekte steeds verder uitbreiden, waardoor de prognose matig positief is.

Patella luxatie is een aandoening die ook geregeld voorkomt bij dit ras. Dit wordt ook wel ‘losse knieschijven’ genoemd. Hierbij schiet de knieschijf uit de knieholte, waardoor de hond mank gaat lopen en pijn heeft. Soms moet de knieschijf door de dierenarts teruggezet worden op de juiste plek.

Hiernaast blijven de ogen ook niet ongeschonden. We zien de ontwikkeling van cataract (grauwe staar), waarbij de lens vertroebelt en de hond uiteindelijk helemaal blind wordt.

Ook distichiasis komt voor. Hierbij irriteren de onderste wimpers het hoornvlies. Dit kan voor beschadigingen, eindeloze ontstekingen en blindheid zorgen.

Opvoeding

De opvoeding van de Kooiker tot een attente, zelfverzekerde hond luister heel nauw. Dit ras is intelligent en gevoelig, maar tegelijkertijd fel en bijdehand. Je zult dus een duidelijk plan moeten trekken met dit schattige snoetje.

Een harde aanpak is bij dit ras uit den boze. De Kooiker heeft pit en zal dit ook tegen je kunnen gebruiken. Gaat hij de zaakjes zelf ‘regelen’, dan is dit vaak typisch via de bek.

Snap!

Door zijn tomeloze intelligentie en drang om te werken, kun je dit ras echter alles leren. En dan bedoelen we echt tot in de kleinste nuances. Daarom is samenwerken met een Kooikerhondje een verslavende ervaring.

De socialisatie dient uitgebreid en correct te gebeuren, om te voorkomen dat dit hondje zelf bepaalt wie wel en niet meetelt. Een puppycursus en aansluitende gehoorzaamheidscursus is dus aan te raden, voor begeleiding in dit proces. Hiernaast leer je op allerlei manieren om jullie band en communicatie te verbeteren.

Houd hierbij altijd respect voor het individuele karakter van je hond. Ze zijn leergierig, maar zeker niet slaafs.

Beweging

Door zijn werk als kooihond is de Kooiker een actief type. Binnenshuis zijn ze rustig en beheerst, als ze hun ei maar kwijt kunnen. Dit zit niet alleen in lekker bewegen, maar ook in mentale uitdaging.

Zoek daarom verschillende taken en sporten die je hond leuk vindt. Samen hardlopen, speuren, gehoorzaamheidsles, maar ook zwemmen, spelletjes, flyball en behendigheid passen deze rood-met-witte schicht goed.